René Van Kooten glimlacht naar de camera, gekleed in een donkerblauwe blazer en een hemd met rood-witte print.

René Van Kooten vindt de verwondering terug in De Kleine Prins

22.08.2026

Dit najaar krijgt een van de meest geliefde verhalen uit de wereldliteratuur een nieuw leven op het podium. In de musical 'De Kleine Prins', naar het beroemde boek van Antoine de Saint-Exupéry, kruipt de Nederlandse musicalacteur René Van Kooten in de huid van de piloot. Een rol die hem laat kijken naar de wereld door de ogen van een kind en hem tegelijk doet nadenken over verlies, verwondering en wat er werkelijk toe doet.

Had je 'De Kleine Prins' al gelezen voordat je wist dat je in de musical zou spelen?

René Van Kooten: “Ja, lang geleden, zoals veel mensen denk ik. We hadden het boek ook in huis voor mijn oudste dochter en toen heb ik het opnieuw gelezen. Er was trouwens al vóór corona sprake van dat ik deze rol zou spelen. Carolien Canters, die de voorstelling regisseert, was er toen al mee bezig. Maar corona kwam ertussen en heel veel dingen werden uitgesteld of afgelast.”

Na ‘Malle Babbe’, de musical over het leven van Rob de Nijs, stap je een totaal andere wereld binnen.

“Na 'Malle Babbe' was ik aan het kijken naar wat ik daarna wilde doen. Er was iets anders in beeld, opnieuw een heel grote productie, en ik voelde dat ik daar even geen behoefte aan had. Toen kwam 'De Kleine Prins' weer voorbij. Ik vind het zo’n mooi en puur verhaal. Een modern sprookje waar ontzettend veel in zit en waar iedereen op zijn eigen manier iets uit kan halen.”

Wat spreekt je zo aan in het verhaal?

“Er zitten ongelofelijk veel lagen in. Ik heb onlangs nog uren met Karolien over het script en alle mogelijke interpretaties zitten praten. Al die achtergronden komen natuurlijk niet letterlijk in de voorstelling terecht, maar ze helpen wel om het verhaal te begrijpen.”

“Mensen vragen me soms of het een kindermusical is. Maar er zit zoveel in dat het mensen van alle leeftijden kan aanspreken. Voor jonge kinderen gaat het misschien over de wereld leren begrijpen. Voor oudere mensen gaat het over verlies en hoe je daarmee omgaat. En voor volwassenen gaat het ook over zingeving. Wat vind ik nu écht belangrijk?”

Je speelt de piloot. Welke rol heeft hij in het verhaal?

“De piloot is in zekere zin de verteller. We kijken door zijn ogen naar de kleine prins en naar alles wat die heeft meegemaakt. De kleine prins kijkt heel puur en letterlijk naar de wereld. Wat ik interessant vind, is dat de piloot gaandeweg zelf iets leert door naar hem te kijken. Hij ontdekt opnieuw het kind in zichzelf en wat echt belangrijk is. Dat spreekt me heel erg aan.”

“Toen mijn oudste dochter klein was, vond ik het fascinerend hoe je dankzij een kind zelf opnieuw verwonderd raakt over de wereld. Als zij voor het eerst een regenboog zag, keek ik door haar ogen zelf ook weer anders naar die regenboog. Dan denk je ineens … Wauw, eigenlijk is dit toch heel bijzonder. Die verwondering zit ook in 'De Kleine Prins'. Maar het verhaal toont tegelijkertijd hoe eigenaardig wij volwassenen soms zijn. Kijk naar de ijdeltuit, die alleen met uiterlijkheden bezig is, of de zakenman, die alleen maar telt en wil bezitten. Het boek is in de jaren veertig geschreven, maar dat is helaas niet bepaald achterhaald.”

Verliezen we die verwondering wanneer we ouder worden?

“Ik denk het wel. Gelukkig zit ik in een vak waarin verbeelding nog heel belangrijk is. Maar veel dingen uit het boek zijn vandaag nog altijd herkenbaar. Misschien zelfs meer dan ooit. De kleine prins kijkt zonder cynisme naar de wereld. Dat vind ik heel mooi. Als je ouder wordt, en zeker als je kijkt naar de wereld van vandaag, is het soms moeilijk om niet cynisch te worden. Het verhaal brengt je weer een beetje terug naar die puurheid.”

Is de piloot voor jou een moeilijke rol om te spelen?

“Dat vind ik nu nog moeilijk om te zeggen. Ik ben veel over het verhaal en alles eromheen aan het lezen. Ik herlees het boek, lees het script en bestudeer de teksten. Met de regisseur hebben we sessies waarin we het script doornemen, maar ook heel vrij filosoferen over wat er allemaal achter zit. Misschien ziet het publiek die dingen niet rechtstreeks terug, maar hopelijk neem je ze wel mee in je spel.”

“Eigenlijk vind ik elke rol waaraan ik begin moeilijk. In het begin denk ik altijd: dit ga ik niet kunnen. Dat verlamt me gelukkig niet. Inmiddels heb ik voldoende vertrouwen om te weten dat het meestal wel goed komt als ik mijn best doe. En je bent natuurlijk niet alleen. Je hebt goede mensen om je heen. Ik heb vooral heel veel zin in deze rol. Juist omdat er zoveel lagen in het verhaal zitten. De uitdaging is om die ook allemaal mee te kunnen geven aan het publiek.”

Zoek je voor zo’n rol ook naar dingen uit je eigen leven?

“Dat probeer ik wel. Ik kijk bij dit soort verhalen altijd naar wat ik er zelf in herken. Zo moest ik bij het herlezen opnieuw denken aan mijn dochter en aan hoe je door de ogen van een kind weer verwonderd naar de wereld kan kijken. Maar het verhaal gaat ook over verlies en loslaten. Ik heb mijn moeder verloren aan kanker toen ik elf was. Dat is iets heel groots dat altijd bij me is gebleven. Aan het einde van 'De Kleine Prins', met onder meer de slang en het kijken naar de sterren, zitten metaforen over afscheid nemen en loslaten die me nog steeds raken. Ik vind dat heel mooi beschreven.”

Blijft de musical dicht bij het oorspronkelijke boek?

“Ja. De oorspronkelijke Catalaanse en Spaanse voorstelling is heel respectvol met het boek omgegaan. Àngel Llàcer, een van de oorspronkelijke makers, heeft Franse literatuur gestudeerd en kent het werk heel goed. We mogen zelfs het originele artwork en de oorspronkelijke tekeningen gebruiken in de projecties van de voorstelling. Dat zegt volgens mij veel over hoe zorgvuldig er met het bronmateriaal wordt omgegaan.”

Er zullen ongetwijfeld ook kinderen in de zaal zitten. Kijk je uit naar hun reacties?

“Absoluut. Je kan in het theater alles regisseren en plannen, behalve de reacties van kinderen. Ik heb vaker voorstellingen voor kinderen gemaakt en hun reacties zijn gewoon niet te voorspellen.”

“Visueel gebeurt er bovendien heel veel in deze productie. Ik hoop dat kinderen die het verhaal al kennen het herkennen, maar vooral ook dat kinderen die het nog niet kennen gegrepen worden door het verhaal én door de magie van theater. Dat ze achteraf denken: ik wil nog een keer naar het theater. Dat vind ik heel belangrijk.”

Is theater vandaag extra waardevol voor kinderen, in een wereld vol schermen?

“Je merkt wel dat het voor veel mensen moeilijker is geworden om een tijdlang stil te zitten en gewoon te kijken. We zijn eraan gewend geraakt dat we alles kunnen pauzeren. Als je naar de wc moet, zet je iets stil en kijk je daarna verder. Die houding komt soms ook mee het theater in. Net daarom vind ik die ervaring zo mooi. In een theater gebeurt het op dat moment. Je beleeft het samen en kan niet even op pauze drukken.”

Je vorige grote rol was in 'Malle Babbe'. Is 'De Kleine Prins' een groot contrast?

“Enorm. We hebben met 'Malle Babbe' trouwens een fantastische voorstellingen gespeeld in Antwerpen. Het publiek was ongelooflijk warm voor ons.”

“Maar ik zoek die contrasten bewust op. Na mijn eerste grote rol in 'Aida' ben ik bijvoorbeeld 'Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, mijnheer?' gaan doen, een voorstelling voor en met kinderen. Ook later heb ik grote producties afgewisseld met kleinere voorstellingen. Die combinatie van grote en kleine producties en heel verschillende rollen vind ik fijn. Het houdt alles fris.”

Als je één gedachte uit 'De Kleine Prins' aan volwassenen zou mogen meegeven, welke zou dat dan zijn?

“Dat wat echt belangrijk is in het leven, niet altijd met je ogen te zien is. Dat komt op zoveel manieren terug in het boek. Denk aan de kleine prins en zijn roos. Er zijn overal rozen, maar daardoor zien we soms niet meer hoe bijzonder één roos kan zijn. Het gaat voor mij over opnieuw leren kijken. Misschien is dat uiteindelijk wat het verhaal doet: een beetje het kind in jezelf terugvinden. Niet op een moralistische manier, maar door iets van die puurheid terug te vinden.”

'De Kleine Prins' is dit najaar te zien in Stadsschouwburg Antwerpen en Capitole Gent. Een verhaal dat generaties lezers wist te raken, krijgt er een nieuw leven op het podium. En wie weet kijken we na afloop, net als de piloot, weer nét iets anders naar een regenboog, een roos of een hemel vol sterren.

Terug naar overzicht